Nieuws.

Nancy Lamerigts, 19-03-2026

Botkwaliteit bij ACDF: wanneer is terughoudendheid terecht?

Wat 5 jaar follow-up ons leert over CT Hounsfield Units, cage-inzakking en de grens van 3 mm distractie

De reflex die we kennen

Een patient met lage botdichtheid op de pre-operatieve computertomografie (CT). De cervicale disc is symptomatisch. Anterior cervical discectomy and fusion (ACDF) is geïndiceerd. Toch ontstaat er aarzeling. Want lage botkwaliteit in de lumbale wervelkolom is een bekende risicofactor voor implantaatfalen en inzakking. En die associatie kleurt het denken, ook als het om de cervicale wervelkolom gaat.

Maar klopt dat eigenlijk?

De studie

Kim et al. publiceerden in 2026 een retrospectief cohortonderzoek in Global Spine Journal met 253 patienten die een- tot drieniveau ACDF ondergingen, gevolgd over minimaal 5 jaar. Botkwaliteit werd pre-operatief gemeten via CT Hounsfield Units (HU), een steeds vaker gebruikt surrogaat voor botmineraaldichtheid (bone mineral density, BMD) dat minder gevoelig is voor de artefacten van degeneratieve veranderingen dan dual-energy X-ray absorptiometry (DXA).

De centrale vraag: voorspelt die pre-operatieve cervicale botkwaliteit het optreden van pseudarthrose, cage-inzakking (subsidence) of verlies van lordose na ACDF?

De uitkomsten in het kort

Van de 253 patienten ontwikkelde 5,9% subsidence, 10,3% persisterende pseudarthrose en 16,2% verlies van lordose na minimaal 5 jaar. Opvallend: de pseudarthrose die bij 2 jaar werd vastgesteld (31,2%) daalde aanzienlijk doordat 67,1% van die gevallen alsnog fuseerde. Dat gegeven alleen al nuanceert de urgentie van vroege revisiebeslissingen.

De kernbevinding was dat CT HU geen voorspellende waarde had voor pseudarthrose (AUC 0,414) of subsidence (AUC 0,511). Bij zeer lage HU-waarden (onder 231,5) bestond er een ongeadjusteerde associatie met lordoseverlies, maar na correctie voor andere variabelen verdween die. Botkwaliteit bleek dus geen onafhankelijke voorspeller van de drie onderzochte complicaties.

Wat wél kon worden voorspeld

Twee factoren vielen op die de chirurg direct kan beinvloeden.

De eerste is segmentale verlenging. De mate van intraoperatieve distractie, gemeten als het verschil tussen preoperatieve en direct postoperatieve segmentale hoogte, bleek de sterkste voorspeller van subsidence (AUC 0,695). De drempelwaarde lag rond 3,12 mm. Boven die grens nam het risico op inzakking toe. Dat is een concreet en klinisch bruikbaar getal.

De tweede is het aantal geopereerde niveaus. Multilevel-ingrepen bleken een onafhankelijke voorspeller van pseudarthrose met een odds ratio van 2,585. Niet nieuw als observatie, maar nu onderbouwd met lange termijn data.

Daarnaast bleek een hoger body mass index (BMI) onafhankelijk geassocieerd met subsidence. In combinatie met de distractiegrens van 3 mm ontstaat er een profiel: bij patienten met een hoger BMI is bewaking van de segmentale verlenging extra relevant.

Waarom cervicaal niet lumbaal is

De onderzoekers bieden een heldere biomechanische verklaring. Cadaverstudies van Schroder et al. toonden aan dat cervicale wervels dikkere en dichtere trabeculaire structuren hebben dan lumbale wervels, met minder leeftijdsgebonden trabeculair verlies. Per eenheid oppervlak is de draagcapaciteit van cervicaal bot dus hoger, zelfs bij osteoporose.

Daar komt een mechanisch verschil bij als er een plaat wordt toegepast. Bij ACDF is de momentarm tussen de plaat en het fusie-interface (cage-eindplaat) kort. De plaat functioneert als een trekband die microbewegingen aan het interbody-oppervlak beperkt. Bij posterieure lumbale constructies is de afstand tussen de schroef-staaf ankers en het fusiesegment groter, waardoor dezelfde belasting grotere buigmomenten op de anterieure kolom genereert.

Dat verschil verklaart waarom regels die gelden voor lumbale fusie niet automatisch vertalen naar cervicaal. Het cervicale construct is inherent stabieler per eenheid bot, en de biomechanische belasting is fundamenteel anders verdeeld.

Klinische consequenties

Drie punten verdienen een plek in de pre-operatieve overweging.

Ten eerste: lage botkwaliteit alleen is geen reden om ACDF te vermijden. Het risico op onderbehandeling, door een geindiceerde anterieure procedure niet uit te voeren, of overbehandeling, door preventief een uitgebreidere gecombineerde ingreep te plannen, is reeel wanneer botkwaliteit als isolate factor te zwaar weegt.

Ten tweede: de 3 mm distractiegrens is bruikbaar als operatieve vangrail. De onderzoekers benadrukken terecht dat dit geen absolute regel is. Minder distractie was in de univariabele analyse geassocieerd met meer lordoseverlies. Het gaat dus om een balans: voldoende hoogteherstel voor alignment, zonder overdistractie die subsidence uitlokt.

Ten derde: cage-selectie speelt een rol in die balans. Een cage met de juiste footprint en lordose-optie biedt de mogelijkheid om hoogte te herstellen met de cage-geometrie in plaats van met distractiekracht. De Stryker Cascadia Cervical 3D die wij bij InSpine leveren is beschikbaar in 2 footprints (12×14 en 13×16 mm) en 3 lordose-hoeken (0, 7 en 12 graden), met hoogteopties van 4 tot 12 mm. Die variabiliteit stelt de chirurg in staat om nauwkeurig te dimensioneren, afgestemd op de individuele anatomie en het gewenste correctiedoel, zonder afhankelijk te zijn van excessieve distractie om lordose te bereiken.

Kanttekeningen bij de studie

Het betreft een retrospectief design vanuit een enkel centrum, wat selectiebias niet uitsluit. DXA-metingen ontbraken. Aangrenzend segmentdegeneratie werd niet systematisch beoordeeld. Desondanks biedt het cohort van 253 patienten met minimaal 5 jaar follow-up meer statistische kracht dan veel vergelijkbare studies.

Tot slot

Botkwaliteit is relevant bij cervicale fusie. Maar het verdient een ander gewicht dan in de lumbale wervelkolom. De data suggereren dat chirurgisch gedrag, met name de mate van intraoperatieve distractie en de keuze voor het juiste aantal niveaus, meer impact heeft op complicaties dan de pre-operatieve botscore.

Dat verschuift het gesprek. Van “kan ik deze patient wel opereren?” naar “hoe opereer ik deze patient het beste?”

Bron: Kim S, Park S, Ahn DK, Lee D-H, Jeong G, Park KC, Kim Y, Choi C. Does Bone Quality Predict Pseudarthrosis, Subsidence, or Loss of Lordosis After Anterior Cervical Discectomy and Fusion? Minimum 5-Year Cohort Study. Global Spine Journal. 2026. DOI: 10.1177/21925682261424749
Kim et al. 2026 Bone quality & ACDF

Lage-botdichtheid-bij-ACDF-Reden-tot-terughoudendheid

Gerelateerde producten.

Cascadia cervical 3D

De 3D geprinte titanium cervicale cage voor anterieure toegang. 2 footprints, 3 lordose opties.

Cascadia cervical 3D

Meer nieuws.