Nieuws.

Nancy Lamerigts, 02-04-2026

Endoscopie bij Lumbale Hernia. Wat Zegt de Nieuwste Evidence?

Neurospine wijdde het eerste themanummer van 2026 volledig aan lumbale hernia. Zes artikelen, verschillende invalshoeken, dezelfde kernvraag: hoe behandelen we dit het beste? Voor endoscopische discectomie levert deze editie het meest complete databeeld tot nu toe.

Twee artikelen vormen de ruggengraat van dit overzicht. Ambrosio et al. brengt in kaart hoe de wereld opereert. Santipas et al. vergelijkt endoscopisch met microscopisch in een uitgebreide meta-analyse. Samen schetsen ze een genuanceerd beeld over de voor- en nadelen van endoscopisch opereren voor een hernia in de onderrug.

Hoe de wereld opereert

Ambrosio et al. ondervroegen 714 wervelkolomchirurgen op 5 continenten over hun aanpak bij primaire lumbale hernia. De resultaten bevestigen wat velen vermoedden. Mini-open discectomie domineert met 54.2%. Open chirurgie volgt met 19.0%, tubulaire retractoren met 14.8%. Volledig endoscopische discectomie komt op 8.4%. Het percentage endoscopisch varieert sterk per regio. Azie scoort hoger, Europa en Noord-Amerika lager. De belangrijkste voorspeller voor het kiezen van een endoscopische techniek is niet de indicatie, maar de training. Chirurgen met een fellowship in endoscopische chirurgie kiezen vaker voor die benadering. Dat zegt iets over de leercurve, niet per se over de klinische superioriteit.

Wat endoscopie biedt: het patiëntperspectief

Santipas et al. analyseerden 17 studies met in totaal 3.115 patienten, volgens PRISMA-richtlijnen. De vergelijking: Endoscopische Discectomie (ED) versus Microscopische Discectomie (MD). De voordelen voor de patiënt zijn meetbaar. Het ziekenhuisverblijf is 2.43 dagen korter bij ED. De Oswestry Disability Index (ODI) scoort na 1 jaar 2.29 punten beter bij ED, de Visual Analogue Scale (VAS) voor rugpijn 0.49 punten. Bescheiden verschillen, klinisch niet altijd relevant, maar consistent.

Waar het verschil wel opvalt is bij wondcomplicaties. ED scoort 0.1% tegenover 2.6% bij MD (odds ratio 0.17, 95% betrouwbaarheidsinterval 0.07-0.42, p<0.001). Dat verschil is robuust, met nul heterogeniteit over alle studies heen. De verklaring ligt in de aard van de techniek. Alle endoscopische benaderingen, of het nu Percutane Transforaminale Endoscopische Lumbale Discectomie (PTED) en Interlaminaire Endoscopische Lumbale Discectomie (IELD) werken met kleinere incisies, minder weefseldissectie en continue irrigatie. Dat verlaagt het infectierisico. Park et al. lieten in gerandomiseerde studies zien dat ED lagere creatine phosphokinase (CPK)-waarden, minder postoperatieve wondpijn en betere littekenuitkomsten oplevert dan MD.

Wat endoscopie biedt: het ziekenhuisperspectief

Kortere opnames betekenen meer beschikbare bedden en hogere doorstroom. 2.43 dagen per patiënt, dat tikt aan bij honderden ingrepen per jaar. Het significante verschil in wondcomplicaties vertaalt zich in minder heropnames voor wondinfecties, een kostenpost die ziekenhuizen liever vermijden. De durale scheur, een complicatie waar elke spinale chirurg alert op is, treedt op bij 0.9% van de ED-patienten en 1.8% bij MD. Dat verschil is niet significant (odds ratio 0.89), maar de trend is consistent. Eerdere reviews rapporteren 0.5-2.5% voor endoscopisch en 1-7% voor microscopisch.

Totale complicaties zijn vergelijkbaar: ED 4.5% tegenover MD 6.1% (odds ratio 0.80, niet significant). Het profiel verschilt, de optelsom niet.

Op kostengebied wordt het concreter. Choi et al. toonden in 2019 aan dat PTED lagere primaire ziekenhuiskosten met zich meebrengt door kortere opnames en minder anesthesiebehoeften De nettobesparing: $8.064 per Quality-Adjusted Life Year (QALY) in de ED groep. Gadjradj et al. bevestigden in een gerandomiseerde studie uit 2022 dat percutane PTED klinisch non-inferieur is aan MD, met lagere maatschappelijke kosten van €2,787 (95%CI:-4,401 to -1,181).

De keerzijde: recidief-risico

ED heeft een hoger recidiefrisico dan MD. 5.5% tegenover 3.4%, odds ratio 1.90 (95% betrouwbaarheidsinterval 1.33-2.72, p<0.001). De heterogeniteit is nul (I2=0%). Dit is geen artefact van een enkele studie, dit is een consistent signaal. Maar de subgroepanalyse maakt het verhaal completer. Bij PTED is het risico significant verhoogd (odds ratio 2.01, 95% betrouwbaarheidsinterval 1.11-3.64). Bij IELD is er geen significant verschil met MD (odds ratio 1.30).

De anatomische verklaring is logisch. Bij PTED werkt de chirurg via het foramen, een smalle toegang. Het risico op onvolledige verwijdering van los herniafragment is groter. IELD benadert de schijf via het ligamentum flavum, vergelijkbaar met de open techniek, wat een bredere decompressie mogelijk maakt.

Recidief in breder perspectief

Soliman et al. plaatsen het recidiefverhaal in een bredere context. In een meta-analyse van 51 studies en 52.479 patienten rapporteren zij een overall recidiefpercentage van 12.2%. Per techniek: endoscopisch 12.7%, microscopisch 11.4%, open 15.3%. Interessanter zijn de risicofactoren die onafhankelijk van techniek het recidiefrisico bepalen. Hogere Body Mass Index (BMI) is een significante voorspeller (gestandaardiseerd gemiddeld verschil 0.48). Diabetes verhoogt het risico (odds ratio 1.48). Modic changes op MRI zijn een sterke indicator (odds ratio 2.97). En de grootte van het resterende annulusdefect is de sterkste voorspeller van allemaal (gestandaardiseerd gemiddeld verschil 2.15).

Techniek is een factor bij recidief. Maar niet de enige, en soms niet eens de belangrijkste.

Wat dit betekent voor de Nederlandse praktijk

In Nederland wordt volledige endoscopische spinale chirurgie (VESC) in een aantal ziekenhuizen en behandelcentra aangeboden. Centra als het Martini Ziekenhuis, OCON, Spine Center Amsterdam en Diak werken al jaren endoscopisch. De vraag verschuift van “endoscopie ja of nee” naar “welke endoscopische benadering past bij welke patiënt en welke indicatie.” IELD toont geen significant verhoogd recidief-risico. PTED biedt de minste weefselbeschadiging, maar vraagt om scherpe indicatiestelling.

De data worden preciezer. De keuze ook.

Endoscopische discectomie bij lumbale hernia biedt meetbare voordelen. Kortere opname, significant minder wondcomplicaties, minder spierschade, en kostenbesparingen die voor ziekenhuizen relevant zijn. Maar het overtreft microscopische discectomie niet op alle fronten, zoals het verhoogde recidiefrisico bij PTED. MD blijft de maatstaf. IELD en PTED groeien als veelbelovende alternatieven, waarbij PTED vraagt om zorgvuldige patiëntselectie. De chirurg die deze nuance beheerst, maakt de meest gefundeerde keuze.

De toegevoegde waarde van volledig endoscopische spinale chirurgie_02042026

Bronnen

  1. Ambrosio L et al. International Practice Patterns in the Surgical Management of Primary Lumbar Disc Herniation: An AO Spine Cross-Sectional Study. Neurospine 2026;23(1):31-39. https://doi.org/10.14245/ns.2551004.502
  2. Santipas B et al. Beyond the Microscope: Is Endoscopic Discectomy the Next Gold Standard for Lumbar Disc Herniation? Neurospine 2026;23(1):61-79. https://doi.org/10.14245/ns.2551450.725
  3. Soliman MAR et al. Preoperative Clinical and Radiographic Risk Factors for Recurrent Lumbar Disc Herniation: Systematic Review and Meta-analysis. Neurospine 2026;23(1):42-58. https://doi.org/10.14245/ns.2551242.621

Gerelateerde producten.

Volledig Endoscopische Spinale operatie techniek

Volledige endoscopische decompressie voor de lumbale en cervicale wervelkolom, waarbij alle instrumenten worden toegepast onder directe controle van de endoscoop met een toegangsweg van minder dan 1 cm. Met de RIWO systemen kan gebruik gemaakt worden van interlaminaire, transforaminale en extraforaminale toegangswegen. Er is een specifieke module beschikbaar voor de behandeling van lumbale stenose en er is een systeem ontwikkeld voor een foraminotomie.

Meer nieuws.