Nieuws.

Nancy Lamerigts, 13-10-2025

Fix de heup, red de rug

Een rug opereer je nooit in isolatie. Dat was de rode draad in de presentatie van Wouter van Hemert, orthopeed in het Zuyderland, tijdens het Spine Research in Motion Symposium. Hij liet overtuigend zien wat elke wervelkolomchirurg al voelt in de spreekkamer: de lumbale wervelkolom, het bekken en de heupen vormen één dynamisch systeem. “Het bekken is de biomechanische brug tussen wervelkolom en heupen.” Als die brug hapert, daalt de functionele ruimte van de heup en stijgt de belasting op de lumbale keten. Dat vraagt om een bredere klinische blik, van anamnese tot planning.

Concreet betekent dit beter differentiëren:

    1. Liespijn en adductorpijn duiden vaker op de heup
    2. Neurogene claudicatio en radiculaire uitstraling duiden vaker op de wervelkolom.
    3. Onderzoek heupfunctie niet alleen in flexie, maar juist ook in extensie om een verborgen flexiecontractuur te vangen. Let bij staan en zitten op de dynamiek van de bekkenkanteling, want patiënten zijn vaak “heupgebruikers” of “wervelkolomgebruikers” met bijbehorende risico’s. En weet: na spinale fusie neemt het risico op luxatie bij totale heupprothese aantoonbaar toe.

Toevallig verscheen deze week ook een publicatie over de “hip-spine disease. Een landelijke database analyse, van Issani en collega’s bij meer dan 1,19 miljoen patiënten met zowel heupartrose als lumbale degeneratie. Een totale heupprothese (THA) verlaagde de kans op latere lumbale decompressie én fusie met ongeveer 58 procent en schoof de tijd tot een spinale ingreep verder in de toekomst. THA, met name bilaterale procedures, was beschermend tegen toekomstige lumbale chirurgie bij patiënten met zowel heup osteoarthrose als degeneratieve arthrose van de lumbale wervelkolom. Unilaterale THA was minder beschermend, wat mogelijk een weerspiegeling was van spinopelvische onbalans. Deze bevindingen verfijnen het begrip van het heupwervelkolomsyndroom en ondersteunen het prioriteren van tijdige heupartroplastiek bij risicopatiënten met ernstige lumbale spondylose.

Wat betekent dit morgen in de OK en polikliniek

      1. Denk spinopelvisch bij elke rugpatiënt. Meet en beoordeel staan versus zitten en betrek bekkenparameters in je planning.
      2. Sequentieer met verstand. Geef prioriteit aan de heup, vooral bij mensen met ernstige lumbale spondylose. Bij duidelijke heupartrose kan de heup als eerste interventiepunt niet alleen de pijn oplossen, maar ook toekomstige lumbale chirurgie voorkomen of uitstellen. Overweeg bilateraal als dat klinisch logisch is.
      3. Manage risico’s. Markeer comorbiditeiten, chronisch opiatengebruik en stugge wervelkolommen, ook zónder fusie, als alarmsignaal voor instabiliteit na heupprothese.
      4. Gebruik data. Datagedreven triage en dynamische beeldvorming kunnen helpen om het juiste pad te kiezen en onnodige interventies te voorkomen.

Voor de duizenden patiënten die gevangen zitten in de ‘catch-22’ van heup- en wervelkolompathologie, bieden deze feitelijkheden een duidelijker diagnose- en behandelplan. Het breekt een lans om te kijken naar het hele bewegingsapparaat. En het zou zowel wervelkolom- als orthopedisch chirurgen kunnen helpen om eindelijk af te komen van de eeuwenoude strijd om wat eerst komt.

Fix-de-heup-Red-de-rug Carousel

Meer nieuws.