Wat bepaalt of een hernia terugkomt?
Als je vraagt welke patiënt kans loopt op een recidief, wijst bijna iedereen naar de hernia. Een sequester lijkt riskanter dan een protrusie, L5-S1 meer at risk dan L4-L5, een hoge tussenwervelschijf lijkt ook meer kans te geven op een reherniatie.
Dat is een logische aanname, en hij houdt slecht stand.
Soliman en collega’s toetsten die criteria begin dit jaar in Neurospine, over 51 studies met 52.479 patiënten en ruim twaalf procent recidief. Protrusie, extrusie en sequestratie voorspelden geen van drieën een recidief. Een hernia op L5-S1 gaf een odds ratio van 0,96 ten opzichte van andere niveaus, feitelijk geen verschil. Pfirrmann-graad vier en vijf tegenover een tot drie bleef op 1,34 steken, niet significant. Leeftijd en geslacht evenmin. Roken bleef met 1,16 net onder de drempel, met een ondergrens precies op 1,00.
Waar de tussenwervelschijfhoogte blijft, en waarom dat iets anders betekent
De discushoogte-index haalde de drempel ook niet, maar die verdient een aparte alinea. Het gestandaardiseerde gemiddelde verschil kwam uit op 2,49, met een betrouwbaarheidsinterval van min 1,48 tot 6,47. Een interval dat door nul loopt en alle kanten op wijst.
Dat is een ander soort uitkomst dan bij het type hernia. Daar lagen de effecten netjes rond de nullijn. Hier spreken de studies elkaar tegen, en wel in tegengestelde richting.
Li en collega’s volgden 1.807 patiënten vijf jaar na endoscopische discectomie, met 10,4 procent recidief. Bij hen gaf een hógere schijfhoogte-index meer recidieven, met p kleiner dan 0,001. Hun verklaring is mechanisch. In een hoge discus zit meer restnucleus dat opnieuw naar buiten kan komen, terwijl een ingezakte schijf weinig meer te geven heeft. Eren en collega’s vonden het omgekeerde. In hun recidiefgroep was de discushoogte juist lager, gemiddeld 7,6 millimeter, met p is 0,02. Guo en collega’s zagen discushoogte wel terug bij de vroege recidieven binnen zes maanden, maar het viel weg zodra ze corrigeerden voor de andere factoren. Modic-veranderingen en facetoriëntatie bleven daar als enige overeind.
Pool die studies en de tegengestelde effecten heffen elkaar op. Wat je overhoudt is ‘ruis’ met een breed interval, en dat is iets anders dan een factor die niets doet. De tussenwervelschijfhoogte is dus geen afgesloten hoofdstuk. Het is een factor waarvan men nog niet de definitieve invloed bepaald heeft.
Wat er wel uitkwam
Vier factoren haalden de drempel, en ze gaan geen van vieren over de vorm of grootte van de hernia.
Modic-veranderingen waren de sterkste, met een odds ratio van 2,97 over zeventien studies. Die staan op dezelfde MRI, alleen kijk je dan niet naar de uitpuiling maar naar de eindplaten erboven en eronder. Modic legt een verstoorde, ontstoken of vervette eindplaat bloot, en dat is een signaal over de staat van het hele segment.
Een vergrote sagittale bewegingsuitslag, gemeten op flexie- en extensieopnames, kwam er ook uit. Een segment dat te veel beweegt belast de schijf herhaald. Dit is wel de zwakste van de vier, met een interval van 0,35 tot 3,94 en heterogeniteit die de auteurs zelf benoemen.
Een Body Mass Index boven de 30 en diabetes sluiten de rij, met bescheiden effecten van respectievelijk een gestandaardiseerd gemiddeld verschil van 0,48 en een odds ratio van 1,48.
De rode draad. De schijf die je weghaalt vertelt weinig. De wervel eromheen en de patiënt eromheen vertellen meer.
Modic is inmiddels stevig onderbouwd
Dit is het punt waar drie onafhankelijke reviews elkaar vinden.
Belangrijker voor de spreekkamer zijn hun absolute cijfers. Zonder Modic-veranderingen kwam 7,44 procent van de hernia’s terug. Met Modic 16,41 procent. Dat is meer dan een verdubbeling, en het verschil gold zowel voor vroege recidieven binnen zes maanden als voor late na twaalf maanden. Het type Modic maakte daarbij niet uit, type II en III gaven geen hoger risico dan type I.
En de operatieroute zelf
Soliman en collega’s vergeleken ook de drie benaderingen op recidief. Endoscopisch 12,7 procent, microscopisch 11,4 procent en open in 15,3 procent een recidief hernia. Microscopisch scoorde significant lager dan endoscopisch, met een p-waarde van 0,007. Beide scoorden significant lager dan open, met p kleiner dan 0,001. De auteurs plaatsen er zelf een kanttekening bij. Bij een cumulatieve steekproef van deze omvang kan een significant verschil van 1,3 procentpunt de klinische betekenis overdrijven, en van de 51 studies waren er 46 retrospectief.
Wie endoscopie kiest doet dat om weefselsparing, mobilisatie en opnameduur. Die argumenten blijven overeind. Een lager recidiefpercentage hoort er alleen niet bij.
Wat je er maandag mee doet
Kijk op de preoperatieve MRI niet alleen naar het fragment, maar ook naar de eindplaten. Modic verdubbelt de kans dat je deze patiënt terugziet, en dat is een getal dat in het gesprek voor de operatie thuishoort.
Vraag de flexie- en extensieopnames op als het segment hypermobiel oogt. Soliman en collega’s adviseren die patiënten expliciet te informeren over een mogelijk latere fusie.
En bespreek gewicht en glykemische controle. Dat zijn de enige twee factoren op de lijst die je preoperatief nog kunt beïnvloeden.
De hernia op het beeld vertelt je vooral waar je moet zijn. Wat er over twee jaar staat, lees je ergens anders af.
Bronnen
Volgens PubMed:
Soliman MAR, Francois H, Aguirre AO, et al. Preoperative Clinical and Radiographic Risk Factors for Recurrent Lumbar Disc Herniation: Systematic Review and Meta-analysis. Neurospine. 2026;23(1):42-58. DOI
Li X, Ren H, Peng L, Yuan J. Association between Modic changes and recurrence of lumbar disc herniation after percutaneous endoscopic lumbar discectomy: a meta-analysis. Front Surg. 2025;12:1694557. DOI
Zhao J, Zeng L, Zhao S, et al. Associations of recurrent lumbar disc herniation after percutaneous endoscopic lumbar discectomy with age, body mass index, modic change, disc degeneration and sacral slope: A quantitative review. Exp Ther Med. 2024;27(5):195. DOI
Luo M, Wang Z, Zhou B, et al. Risk factors for lumbar disc herniation recurrence after percutaneous endoscopic lumbar discectomy: a meta-analysis of 58 cohort studies. Neurosurg Rev. 2023;46(1):159. DOI
Li Y, Wang B, Li H, et al. Adjuvant surgical decision-making system for lumbar intervertebral disc herniation after percutaneous endoscopic lumbar discectomy. Spine J. 2021;21(12):2035-2048. DOI
Eren B, Karagoz Guzey F, Gulec I, Sahin T, Tufan A, Bas NS. The Importance of Spinopelvic Parameters in Recurrent Lumbar Disk Herniation. Clin Spine Surg. 2024;37(3):E113-E118. DOI
Guo J, Li G, Ji X, et al. Clinical and Radiological Risk Factors of Early Recurrent Lumbar Disc Herniation at Six Months or Less. Pain Physician. 2022;25(7):E1039-E1045.
Gerelateerde producten.
Volledig Endoscopische Spinale operatie techniek
Volledige endoscopische decompressie voor de lumbale en cervicale wervelkolom, waarbij alle instrumenten worden toegepast onder directe controle van de endoscoop met een toegangsweg van minder dan 1 cm. Met de RIWO systemen kan gebruik gemaakt worden van interlaminaire, transforaminale en extraforaminale toegangswegen. Er is een specifieke module beschikbaar voor de behandeling van lumbale stenose en er is een systeem ontwikkeld voor een foraminotomie.